Half oktober is het project Hartzorg Salland van start gegaan. Met Paul Haarman (Carinova) en Marleen Ruijter (Deventer Ziekenhuis) als projectleiders wordt met een brede projectgroep gewerkt aan de inzet van telebegeleiding in de eerste lijn. Het doel? Kwalitatief hoogwaardige en doelmatige zorg op de juiste plek en door de juiste professional bieden aan patiënten met hartfalen.

,,Op dit moment bieden we patiënten met hartfalen telebegeleiding vanuit de tweede lijn aan, legt Marleen Ruijter uit. Onze zorgprofessionals van het Deventer Ziekenhuis verlenen zorg op afstand aan patiënten met behulp van de Luscii-app. Wat we nu gaan doen is het door ontwikkelen van telebegeleiding in een intensievere samenwerking met de eerste lijn. We doen dat samen met thuiszorgorganisatie Carinova en de huisartsen coöperatie in Deventer (HCDO).”

Klein beginnen
In de pilot wordt er bewust voor gekozen om klein te beginnen en van de ervaringen die nu opgedaan worden te leren. ,,Er doen 50 patiënten mee en we werken dus met ‘maar’ twee organisaties uit de eerste lijn samen”, legt Paul uit. ,,De ervaringen van deze patiënten met telebegeleiding gebruiken we voor de doorontwikkeling van het transmurale zorgpad. We willen uiteindelijk uitkomen op een uniform zorgpad waarop andere organisaties kunnen aansluiten.”

Zes thema’s
In de ontwerpfase wordt gewerkt met zes thema’s die met elkaar samenhangen. Dat zijn: patiëntparticipatie, het zorgproces, de organisatie, gegevensuitwisseling, duurzame financiering en monitoring & evaluatie. ,,Patiëntparticipatie is heel belangrijk”, vindt Marleen. ,,Daarom zijn twee ervaringsdeskundigen op het project aangesloten. Zij zijn als ‘kritische vriend’ onderdeel van de projectgroep en kunnen zo hun stem laten horen. Ook is er een Cliëntpanel geïnstalleerd. We hebben met hen het gesprek gevoerd over wat belangrijk voor hen is. Op basis van de gesprekken met dit Cliëntpanel gaan we nog gerichte gesprekken voeren met een aantal patiënten thuis. Alle input nemen we mee in de ontwikkeling van het concept zorgpad.”

Werksessies
Op de vraag naar de aanpak van het project zegt Paul: ,,Er volgen de komende maanden werksessies waarin we in gesprek gaan over hoe we telebegeleiding gezamenlijk kunnen inrichten. ,,Welke processtappen zijn er? Wie doet wat wanneer? Welke verschillende concepten hiervoor zijn er? En hoe nemen we hierbij het patiëntperspectief, medewerkerstevredenheid, kwaliteit van zorg en tijdsbesparing in mee? Ter voorbereiding zijn we bezig met het verzamelen van best practices uit andere regio’s, bijvoorbeeld VieCure/Proteion en het Slingeland Ziekenhuis. Tijdens de zorgprocessessie IT focussen we op de organisatie rondom het primaire proces van telebegeleiding.”

Organisatie
,,Daarnaast is het belangrijk om na te denken over de organisatie van het primaire proces rond telebegeleiding”, vindt Marleen. ,,Rollen, verantwoordelijkheden, scholing, logistiek en financieel proces, alles moet kloppen en we moeten weten wat we hiervoor moeten inrichten. En, onder welke voorwaarden werken we met elkaar samen? Dat is ook een belangrijke vraag om te beantwoorden. Een belangrijk technisch aspect is de gegevensuitwisseling tussen zorgprofessionals onderling en richting de patiënt. We moeten bepalen waar patiëntinformatie wordt geregistreerd, wie welke informatie wanneer nodig heeft en hoe we dit conform wet- en regelgeving transmuraal kunnen delen. En dan is er nog het doel om te komen tot duurzame financieringsafspraken.”

Monitoring en verwachtingen
Al met al een uitdagende pilot die vraagt om goede monitoring en evaluatiemomenten. Er zal dan ook een nulmeting plaatsvinden en er zullen tussentijdse en eindmetingen gedaan worden. Maar wat verwachten de partijen van de pilot en wanneer is deze geslaagd? Hierover is tijdens de kick off in oktober door vertegenwoordigers van Carinova, Deventer Ziekenhuis, HCDO en ENO over gesproken laten Paul en Marleen weten. ,,Er kwamen een aantal belangrijke uitspraken uit”, zegt Paul. Als voorbeelden noemt hij: het project is geslaagd als er een ‘goede, bestendige en duurzame samenwerking met alle partners is gerealiseerd’. En de uitspraak: ‘als voor de patiënt geldt: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan’. Ook moet het voor de zorgverlener meer tijd en energie opleveren. ,,Een mooie uitdaging die we graag met elkaar aangaan”, aldus Marleen.