Laura van den Hoek werkt drie jaar als manager Ketenzorg en Innovatie bij Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO). Vanuit die functie neemt zij deel aan de werkgroep regionale digitale samenwerking van de coalitie Technologie. Ze vindt het van belang dat de uitwisseling van gegevens tussen de verschillende patiëntendossiers in de keten zo soepel mogelijk wordt ingericht. Dat is winst voor de zorgverlener en voor de patiënt, zo stelt ze. En daar zal ze zich binnen de regionale samenwerking dan ook sterk voor maken.

In haar functie bij de HCDO ondersteunt Laura, samen met een team van kaderartsen, de huisartsenpraktijken bij het leveren van ketenzorg aan patiënten met DM, CVRM en COPD/ASTMA en GGZ zorg. Daarnaast zit ze in het onderhandelingsteam dat namens de huisartsen de contracten met de zorgverzekeraar afstemt. Innovatie is ook een van haar aandachtspunten. ,,Binnen innovatie in de huisartsenzorg gaat het niet alleen om digitalisering”, vertelt Laura. ,, Het gaat bijvoorbeeld ook om een andere manier van werken. Denk bijvoorbeeld aan projecten als Waar is Wally, waarin inwoners in wijken snel naar de juiste zorg of welzijn worden verwezen. Dat is ook innovatie.”

Koppeling gegevens belangrijk
De HCDO is intensief betrokken bij Salland United en heeft een rol binnen de coalities Preventie, Juiste Zorg op de Juiste Plek en Technologie. Laura neemt die rol binnen Technologie voor haar rekening en houdt daarbij steeds voor ogen wat de samenwerking op dat terrein in de praktijk voor de huisartsen kan opleveren. ,,Huisartsen vinden het belangrijk dat zij tijdens het spreekuur alle gegevens van een patiënt kunnen inzien zodat ze een totaalplaatje hebben”, licht Laura toe. ,,Dus gegevens van de behandelend fysiotherapeut, de thuiszorg en specialisten in het ziekenhuis moeten toegankelijk voor de huisarts zijn. Dat helpt niet alleen de huisarts, maar uiteindelijk natuurlijk vooral de patiënt. Die kan rekenen op de beste diagnose en ondersteuning.”

Actief op zoek naar de juiste wijze van gegevens uitwisseling
Binnen de werkgroep regionale digitale samenwerking, die actief is onder leiding van bestuurlijk trekker Marco Verheul (Dimence Groep) en coördinator Wilco Kleine (Deventer Ziekenhuis), is de gegevensuitwisseling door een goede koppeling van systemen een van de speerpunten dit jaar. Laura is daar blij mee. ,, Dit jaar gaan we actief onderzoeken welk ICT platform, dan wel koppeling nodig is om optimale gegevens uitwisseling tussen alle betrokken zorgprofessionals, inclusief patiënt, te realiseren. ”, zegt ze. ,, Hierin worden de ontwikkelingen van PGO’s ook meegenomen. Het is van belang dat alle zorgaanbieders rond een patiënt met hun eigen systemen kunnen blijven werken, maar dat ze wel via die koppeling bij de gegevens van andere zorgprofessionals kunnen komen. De perfecte ICT-oplossing is er (nog) niet, maar we werken goed samen in deze werkgroep en dus kunnen we veel met elkaar bereiken.”

Big data
Het gaat in deze werkgroep niet alleen om gegevensuitwisseling, maar ook om zorg op afstand en de inzet van big data. Ook voor de huisartsenzorg zijn deze onderwerpen van belang, vindt Laura. ,,De druk op de huisartsenzorg is groot. Telemonitoring en de inzet van big data kunnen helpen die druk wat te verlagen”, denkt Laura. ,,Er zal ook in de huisartsenzorg het een en ander moeten veranderen”, benadrukt ze. ,,Met big data kunnen we bijvoorbeeld onderzoeken welke mensen vaak de Spoedpost huisartsenzorg bezoeken en waarom. Als we dat inzicht hebben, kunnen we daar op voorsorteren. En dat geldt ook voor de gezondheid van inwoners in bepaalde wijken. Data kunnen voorspellen welke gezondheidsproblemen op termijn veel zullen optreden in een wijk of gebied. Als we dat weten, kunnen we vanuit de regio actief preventieprogramma’s opzetten zodat er uiteindelijk toch minder mensen naar de huisarts komen of andere zorg nodig hebben. In de Achterhoek hebben ze hier al  ervaring mee opgedaan. Binnen de werkgroep gaan we nu kijken of wij in Salland van hun kennis gebruik kunnen maken.”

Persoonlijk contact ook belangrijk
De zorg op afstand heeft wat minder impact op de drukte in de huisartsenpraktijk, heeft de ervaring uitgewezen. ,, Huisartsen geven aan dat wanneer zij voorstellen om met een patiënt te beeldbellen of bijvoorbeeld de bloeddrukmeting thuis zelf te doen, zij regelmatig van patiënten horen dat ze liever langs komen. Vaak wonen de patiënten ‘om de hoek’ en kost het hen weinig extra tijd”, ziet Laura. ,,En dat is ook goed. Persoonlijk contact is ook veel waard en de huisarts staat nu eenmaal dichtbij de patiënt. Dus is het logisch dat de drempel laag is. Dit wil niet zeggen dat we telemonitoring niet moeten toepassen in de huisartsenzorg, maar het is wel van belang om te onderzoeken voor welke doelgroep dit meerwaarde heeft.”

Vertrouwen in de samenwerking
De pilot telemonitoring start dit jaar en Laura heeft er alle vertrouwen in dat hier nuttige, waardevolle resultaten uitkomen. Ook voor de huisartsen. ,,Sowieso is het goed dat we als HCDO actief betrokken zijn bij de regionale digitale samenwerking”, vindt ze. ,,We kennen elkaar binnen de verschillende organisaties goed, weten elkaar te vinden en trekken heel constructief met elkaar op in deze complexe materie. Zo dragen we allemaal vanuit onze eigen invalshoek bij aan een mooie ontwikkeling in de digitalisering van de zorg in de regio.”