Op woonzorg-locatie Ravelijn Deventer (onderdeel van Carinova) worden vooral psychogeriatrische zorgvragers patiënten opgenomen. In een kleinschalige huiselijk woonvorm met zorg en begeleiding in nabijheid. Voor als thuis wonen niet meer kan. Missie van Ravelijn is: de leukste woonzorglocatie van Deventer zijn. Maar door een groot verloop was een kwaliteitsimpuls nodig om die missie te realiseren. Die impuls werd binnen het Salland United netwerk gevonden bij twee collega’s van het Deventer Ziekenhuis.

Toke Poesse, transferverpleegkundige in het Deventer Ziekenhuis, werd in de Covid-periode al vaker gevraagd op verschillende woonzorg-locaties binnen Carinova mee te draaien. Ze ondersteunde onder meer in het Sint Jozef (Deventer), de Hartkamp (Raalte) en Graaf Florishof (Deventer). Een klein jaar geleden klopte Salland United opnieuw bij haar aan. ‘Of ik de organisatie van Ravelijn van zorgorganisatie Carinova wilde ondersteunen. Uit de Covid-tijd had ik overgehouden dat ik elders werken ook “een aanwinst” voor mezelf vind. Je leert er anders naar je eigen organisatie kijken.’ Dit keer deed ze het niet alleen. Ook collega uit het Deventer Ziekenhuis, verpleegkundige Esmee Jansen, werd (na een sollicitatieronde) gevraagd mee te denken en te doen bij Ravelijn. Eerder werd ook al een samenwerking opgetuigd tussen Deventer Ziekenhuis en Carinova op het gebied van wondzorg.

Kwaliteitsslag

Ravelijn is een woonzorglocatie van Carinova waar 26 zorgvragers met een WLZ 5/7 indicatie wonen. Vooral mensen met Alzheimer en Dementie. Ze wonen in twee woonlagen tussen reguliere appartement-bewoners. Lesley Odendaal, coördinerend locatieverpleegkundige Ravelijn, legt uit waarom de vraag voor assistentie via Salland United bij het Deventer Ziekenhuis terechtkwam. ‘Door onder andere personele wisselingen was de kwaliteit van zorg niet optimaal. Die wilden we weer op orde brengen.’ Teamverpleegkundige Marthe van Olst werk als langste van allemaal in Ravelijn en spreekt uit ervaring als ze zegt: ‘We zaten hier toch wel in een soort van overlevingsstand. Veel ging goed, maar er moest wel iets gebeuren.’ Toke en Esmee werden daarbij niet gevraagd om zorg aan bed te verlenen. Daar is een team van 48zorgverleners voor, al hebben Toke en Esmee in de zomermaanden vanwege vakantiekrapte toch ook op het zorgvlak hulp geboden. Maar centraal bij de externe inzet stond om een kwaliteitsslag te slaan op Locatie Ravelijn. Toke: ‘Het was vooral coachen on the job. Positiviteit uitstralen, motiveren. Processen aanpassen.’

Speciale aanpak

Gekozen werd om in werkgroepen waarin alle teamleden een plek kregen, niet goed functionerende thema’s aan te pakken. Thema’s waren daarbij onder meer: een opgeruimd huis, zorgdossier op orde, medicatiebeheer, AVG, communicatie en welzijn van medewerkers en bewoners. Lesley Odendaal geeft een aantal voorbeelden die voor verbetering vatbaar waren: ‘De zorgplannen van de twee woonlagen waren niet gelijk. Als er dan personeel wisselde van verdieping, waren er andere werkwijzen. Dat is onhandig. We hebben ook de werkvoorraad geactualiseerd en collega’s geleerd hoe we feedback en feedforward kunnen toepassen. En rapporteren via de SOAP-methode. Sowieso moesten alle processen duidelijker en uniform worden.’ De interne werkgroepen gingen aan de slag en na verloop van tijd mochten ze hun bevindingen ‘pitchen’ waarna de aanpassingen ook daadwerkelijk werden doorgevoerd. Esmee Jansen: ‘Wat ik vooral merk, is dat nu de rust op de locatie terugkeert. Iedereen zit weer veel meer in zijn/haar rol. Het is duidelijk wie wat doet. En hoe.’ Het is daarbij niet alleen geven. Toke: ‘Ik merk ook hier weer dat ik er zelf van leer. Pas nog kreeg Ravelijn een patiënt doorgestuurd vanuit het ziekenhuis. Maar die kwam veel te vroeg volgens planning. Los van waar die fout lag, we waren er niet op voorbereid. Stress. Dan weet je dat het afstemmen van zorgprocessen op elkaar zo belangrijk is.’ Esmee gaat nu weer terug naar het Deventer Ziekenhuis. ‘Ik stond in het ziekenhuis, na het afronden van mijn opleiding specialistisch verpleegkundige geriatrie, vooral aan het bed en wilde meer. Die tijd van hier werken bij Ravelijn heeft me heel veel, vooral hoe je zaken organiseert, geleerd.’ Martha zegt op haar beurt over de inbreng van Toke en Esmee: ‘In het begin dacht ik wel: wat komt er allemaal op me af? Maar uiteindelijk hebben we veel geleerd van elkaar. Veel gelachen, maar ook samen gehuild. Nu is het implementeren en even weer bijkomen.’

Stabiel

Lesley Odendaal constateert dat door de inzet van Toke en Esmee, de stabiliteit bij Ravelijn terugkeert. ‘We hebben hier de missie: de leukste woonzorg locatie van Deventer zijn. Het plezier op de werkvloer keert inmiddels terug en helpt zeker onze missie te realiseren. Daar hebben Toke en Esmee en alle collega’s op Ravelijn zeker aan bijgedragen.’ En over de rol van Salland United zijn de vier eensgezind: ‘Samenwerken helpt enorm om elkaar te vinden. Uiteindelijk hebben we allemaal met dezelfde vragen en problemen te maken. Kruisbestuiving kan dan een enorme bijdrage bieden. We hebben geleerd van elkaars expertise én medische kennis.’

==
Op de foto van links naar rechts: Toke Poesse, Esmee Jansen, Marthe van Olst en Lesley Odendaal.