Tot juni 2023 liep er in onze regio een praktijktuin Wet Zorg en Dwang in de thuissituatie. Deze was door Actiz op landelijk niveau georganiseerd omdat er nog veel onduidelijk was over het werken conform de Wet Zorg en Dwang (WZD) in de thuissituatie. Een multidisciplinaire werkgroep is hier in onze regio actief mee aan de slag gegaan en heeft eind juni de resultaten daarvan opgeleverd. Jorinke Bosch, praktijkverpleegkundige bij Huisartsenpraktijk Noorderplein en Henriëtte Uithol- De Groot, Casemanager Dementie bij Carinova, namen deel aan de werkgroep. Zij vertellen over de aanpak en het vervolg.

Zo’n 1,5 jaar geleden is Jorinke lid geworden van de werkgroep die zich met de WZD in thuissituaties bezighield. ,,Herman Wisselink was vanuit onze huisartsenpraktijk als kaderarts ouderenzorg betrokken bij de praktijktuin”, licht ze toe. ,,Hij vond het wenselijk  dat ik hierin mee ging denken, omdat ook praktijkondersteuners huisartsen (POH’s) met situaties in aanraking komen waar het handelen volgens de WZD noodzakelijk is.” Henriëtte is als Casemanager Dementie werkzaam in de regio Hardenberg. ,,Ik ben vanaf de start al bij de werkgroep betrokken, samen met een collega uit de regio Deventer”, vertelt ze. ,,Het mooie is dat ik ook de ervaringen vanuit de regio Hardenberg mee kon nemen.”

Multidisciplinair
De werkgroep was bewust multidisciplinair van samenstelling, zodat er vanuit alle kanten over het vraagstuk meegedacht werd. Naast huisartsen, vertegenwoordigers van de thuiszorg en  ouderenzorg  zaten er ook mensen van Dimence en het Bijzondere Zorg Team  in. Doel van de wet is zorgvuldiger omgaan met iedere vorm van onvrijwillige zorg. De bedoeling is dat er op dat vlak een groter bewustzijn ontstaat om uiteindelijk te voorkomen dat er bij cliënten onvrijwillige zorg ingezet wordt. Maar hoe doe je dat als er een crisis dreigt en de cliënt zich verzet tegen bepaalde interventies?

Rode draad
,,We zijn gestart met het bespreken van cases waarin zaken anders  hadden gekund”, vertelt Jorinke. ,,Daar hebben we de rode draad uitgehaald. Zo kwamen we onder leiding van projectleider Arie Berg tot twee richtingen: het denken in verschillende mogelijkheden als er interventies nodig zijn en de inzet van het Ambulant Team Ouderen (ATO) om die interventies te toetsen. Daarom hebben we ook een overzicht gemaakt met mogelijke interventies in bepaalde situaties.”

Ambulant Team Ouderen
De oplossing richting inzet van het Ambulant Team Ouderen kwam voort uit een tekort aan WZD functionarissen in de regio. Deze functionarissen spelen een sleutelrol bij het toetsen aan de wet. Er was echter geen duidelijk pad richting deze functionarissen. ,,Zij nemen deel aan het Ambulant Team Ouderen en zo kwamen we op het idee om dit team in te zetten voor de checks”, vertelt Henriëtte. ,,Het is wat ons betreft logisch om de checks bij hen onder te brengen.”

Veel vragen
Helaas is deze oplossing nu nog niet operationeel. Zowel Jorinke als Henriëtte vinden het belangrijk om snel op deze manier te gaan werken. ,,Ons is duidelijk geworden dat het vooral om de groep cliënten gaat die de zorg mijden”, licht ze toe. ,,Bij deze cliënten zien we het vaakst dat het uiteindelijk komt tot een crisisopname. Dit is niet een hele grote groep, maar er moet wel een oplossing voor komen als we onvrijwillige zorg willen inzetten. Er zijn bij wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers en casemanagers dementie veel vragen over het werken volgens de wet in deze situaties. Bij alle cliënten met dementie kan de inzet van onvrijwillige zorg (zoals een medicatiekluis of gps) voorkomen. Daar hoeft de cliënt geen zorgmijder voor te zijn. De aandoening dementie maakt dit vaak op enig moment nodig. Maar door over de juiste kennis te beschikken kan de zorgverlener wel eerst alle vrijwillige alternatieven inzetten voordat gegrepen wordt naar een onvrijwillige interventie.  Wij willen daarom ook zorgprofessionals  gaan scholen op diverse niveaus:  over de wet zelf, de uitkomsten van onze praktijktuin en de inzet van mogelijke vrijwillige alternatieven, ook op het gebied van technische mogelijkheden.”

Alternatieven
Als voorbeeld noemt Henriëtte de situatie waarin iemand met een vorm van dementie begint te dwalen. Dat kan gevaarlijke situaties voor de persoon zelf veroorzaken. ,,Dat wil je voorkomen”, zegt ze. ,,Maar wat is dan mogelijk? Je mag niet zomaar een slot op iemands deur zetten, want dan ontneem je hem of haar zijn bewegingsvrijheid. Er zijn dan wel technologische mogelijkheden, zoals sensoren die afgaan als iemand in de nacht naar buiten gaat. Maar er zijn ook alternatieven waarin de ergotherapeut en fysiotherapeut mee kunnen denken. Het is belangrijk dat zorgprofessionals die bij mensen thuis komen proberen zoveel mogelijk vrijwillige interventies op een rij zetten. En, als de vrijwillige alternatieven niet voldoende zijn, de onvrijwillige zorg laten toetsen bij het ATO.”

Nu aan de slag!
Het is duidelijk dat er door de werkgroep hard gewerkt is. Er ligt een uitgebreid plan met duidelijke richtlijnen. Het woord is nu aan de bestuurders en het Zorgkantoor. Wellicht moet er capaciteit bij als het ATO deze rol krijgt. Daar gaat het Zorgkantoor over. Zowel Jorinke als Henriette benadrukken dat het een gemiste kans is als er niets met dit plan gebeurt. ,,De wil en energie om ermee aan de slag te gaan is er nu”, zegt Jorinke. ,,Laten we het moment benutten en niet wachten tot het straks echt moet. We kunnen nu aan de slag en met elkaar onderzoeken of het inschakelen van het ATO mogelijk is en of het werkt. Zo niet, dan zoeken we naar alternatieven. Als we het maar met elkaar goed regelen in onze regio, daar is iedereen bij gebaat.”