‘We zijn als Humanitas bekend in Australië, Oekraïne, China en Hong Kong, maar Deventer kent ons slecht’, vertelt bestuurder Gea Sijpkes. Ze heeft een missie met Humanitas. ‘Je moet woon/zorgcentra niet zien als een soort last resort. Ouderen kunnen meer en zijn meer.’ Ze wil dat Humanitas niet een stand alone zorginstelling is, maar met beide benen midden in de wijk/maatschappij staat. Over bierpong, woonstudenten, blauwgelakte nagels van negentigjarigen en kleine oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken.
Als verpleegkundige in het Emma Ziekenhuis liep Gea Sijpkes al tegen ‘het systeem’ aan. ‘Het zat en zit allemaal zo vast. Lag een ziek kind te slapen om te rusten, kwam de specialist visitelopen omdat hem dat beter uitkwam.’ Ook later in haar carrière kwam ze er achter dat veranderingen in de zorg slopende processen zijn. Ze is iets meer van de ‘lichte burgerlijke ongehoorzaamheid’. Dingen gewoon gaan doen, ook al is niet iedereen het er al over eens. Sijpkes moest ook wel kiezen voor deze pragmatische aanpak. ‘Toen ik hier kwam in 2012 stond het bestaansrecht van Humanitas op het spel. We hadden een slechte naam in Deventer en we zouden de lichte zorg kwijtraken omdat een systeemwijziging bepaalde dat ouderen met een relatief lichte zorgvraag niet in aanmerking kwamen voor een verzorgingstehuis. We moesten wat toevoegen aan ons bestaansrecht.’
Woonstudent
Een van de dingen die Sijpkes introduceerde, en ook het verhaal waarmee ze de wereld over reisde, was de woonstudent. Gea: ‘Mijn idee was om studenten bij ons te laten wonen. Om klusjes te doen en om het leven van ouderen te verrijken. Maar die studenten kwamen (toen nog) niet uit zichzelf. Ik moest zelfs een briefje op scholen ophangen: gratis huisvesting als je in Humanitas komt wonen en vrijwilligerswerk wilt doen. Kwam er eentje op.’ Inmiddels heeft elke verdieping (6) een woonstudent. Gea: ‘Dat was wel wat in het begin hoor. Kwamen medewerkers van Humanitas met de mededeling dat de lift ’s ochtends naar alcohol stonk na een feestje van die student.’ De bewoners vonden het echter prachtig, vertelt Gea: ‘Nu staan ze (oud en jong) samen bierpong te spelen. Kijk, als je 96 bent en een knie-operatie hebt gehad, wordt je knie echt niet veel beter meer. Wat wij hier willen, is mensen een mooie warme dag bieden. Een glimlach op het gezicht. We zijn in Nederland in verzorgingshuizen heel erg gehecht aan vooral het leveren van zorg. Wij zien onszelf veel meer als specialist in leven. Wees als zorginstelling geen last resort. Ouderen zijn meer en kunnen meer.’ In Humanitas (er zijn vele instellingen die Humanitas heten, maar die in Deventer is geheel zelfstandig) wonen zo’n 150/160 bewoners. Het gros met een WLZ-indicatie.

‘Wereld vertraagt ons’
Wat Humanitas wil, is de buitenwereld naar binnen brengen en vice versa. Onderdeel van de wijk/maatschappij zijn. Zo werd ook contact gelegd met de Deventer wooncoöperatie Ieder1 om een paar flatwoningen in de buurt te gebruiken. Gea: ‘Voor jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking. Doordat we hen begeleidden en ze onderdeel van de maatschappij werden, hebben ze nu veel minder zorg nodig.’ En zo lopen buurtbewoners binnen bij Humanitas en kunnen bewoners zelf nog de wijk in voor een boodschap. Die jongeren spelen daarbij een bijzondere rol. Niet alleen voor de bewoners die ze vrijwillig helpen, de jeugd helpt ook zichzelf. Gea: ‘Niet alleen corona heeft wat gedaan met de jeugd. Veel jongeren redden het momenteel niet in deze complexe maatschappij. Ze zeggen over het leven hier binnen Humanitas: “Als wij hier binnenkomen, vertraagt het leven even. En wij hebben baat bij vertraging.’ Net zoals ouderen baat hebben bij de aanwezigheid van ‘frisse’ jeugd. Het geeft weer zin aan het leven. Gea: ‘Steeds vaker komen jongeren hier voor een sociaal tussenjaar. Het maakt mensen die hier wonen blijer en jongeren kunnen zo ook iets doen aan het arbeidsvraagstuk in de zorg. Ze ondersteunen zorgverleners en zorgen weer voor zingeving bij henzelf en de bewoners. We krijgen veel vragen van jeugd of ze iets kunnen doen hier.’ En dus lopen er geregeld bewoners van negentig rond met -dankzij de jeugd- blauw- of geelgelakte nagels…. Gea: ‘Vinden ze mooi. Eigenlijk bieden we kleine oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken. Zo hebben we bijvoorbeeld een vrouw (die eigenlijk uit huis gezet zou worden) en daarbij gescheiden zou worden van haar kind van één jaar, opgenomen binnen Humanitas. Door ze hier op te nemen, konden ze samen blijven. Het kind heeft nu 150/160 opa’s en oma’s.’
Wijkgenoot
En zo heeft Humanitas een ‘superbuurvrouw’ die mensen begeleidt die even onderdak nodig hebben (bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname) en weer naar huis gaan, maar wordt ook een oud gebouw voor stadsverwarming omgebouwd voor huisvesting van zes dakloze jongeren. Gea: ‘De maatschappij is er voor ons, maar wij zijn er ook voor de maatschappij.’ Met voorzorgcirkels proberen ze ook zorg voor de toekomst te faciliteren. En zo ging er bijvoorbeeld vanuit Humanitas iemand de buurt in, kocht de bloemenwinkel leeg, en belde aan bij (vooral) ouderen en bracht ze een bosje bloemen. Gea: ‘Zo willen we in contact komen met de buurt. Laten zien wat Humanitas is en waar we voor staan. We willen onderdeel van de wijk zijn. Het oude stempel dat we hebben als zorginstelling is soms best lastig, want we doen zoveel meer. Pas kreeg iemand in de buurt een scootmobiel, maar zijn schuur stond helemaal vol. Regelen wij een student die die schuur opruimt.’ Zo is Humanitas ook actief betrokken bij Wijkgenoot. Daarin worden ook ouderen en jongeren aan elkaar verbonden. Gea: ‘De overheid is vaak traag en log. Burgerinitiatieven daarentegen zijn vaak te kwetsbaar. Stopt er iemand met zo’n initiatief, stort het in. Ik denk dat organisaties als de onze stabiliteit kunnen bieden voor zorgverandering. Ik geloof er niet in dat een systeem leidend moet zijn. De maatschappelijke opgave die er ligt, is niet binnen de ouderenzorg van nu op te lossen. Daarmee gaan we niet het antwoord op te weinig mensen, vergrijzing en grote vragen oplossen. Samen in de wijk kunnen we dat wel. Er is nu veel zorg gedefinieerd als zorg, maar feitelijk geen zorg is. Het perspectief zou volgens mij moeten zijn: een zorgzame samenleving. Daarvoor moet je experimenteren.’

Denk niet in angsten en problemen
En dat is precies van Sijpkes doet. Niet wachten op de overheid of instanties, maar met lef eigen plannen ontwikkelen. Verhalen vertellen over wat werkt en niet werkt. Daarom omarmt ze ook Salland United. Een netwerk om samen dingen op te pakken. Sijpkes: ‘Laten we ophouden om te denken in problemen, angsten en doembeelden. Wees positief, kijk naar de kansen die er liggen. Er moet een omslag in denken komen. We willen een sociale ruggengraat vormen en maatschappelijke problemen aanpakken. Wat kunnen we samen, oud en jong, voor elkaar betekenen? De ouderengemeenschap is een healing environment voor jonge mensen. We willen veranderen van verzorgingstehuis naar een inclusieve leefgemeenschap. Dat, in plaats van mensen wegstoppen in een soort van last resort.’