De discussie voor de coalitie Preventie ging over de vraag: ‘Hoe kun jij als professional bijdragen aan gelijke kansen op gezondheid?’. Coördinator Marja de Jong zag twee rode draden: Het is belangrijk om de inwoner centraal stellen en er moeten schotten doorbroken worden. Meer samenwerking tussen zorg en welzijn. En, heel belangrijk: meer samenwerking met inwoners!

,,Er was binnen onze coalitie een levendige discussie”, zegt coördinator Marja de Jong. ,,We kwamen uit op twee rode draden. De eerste is dat domein overstijgende samenwerking over de grenzen heen zou moeten bewegen. Schotten doorbreken dus! Zorg en welzijn moeten beter met elkaar samenwerken. En dan de belangrijkste: de inwoner centraal stellen en uitgaan van de kracht en het potentieel dat iemand heeft. De kracht van inwoners aanspreken en ondersteunen. Dat laatste kan met sleutelfiguren die kunnen helpen met het aanwakkeren van ‘vuurtjes’ en kansen van mensen van vergroten.”

Wat betreft samenwerking tussen zorg en sociaal domein is vooral besproken dat die er lokaal al wel is, maar het ontbreekt de professionals wel aan tijd om elkaar echt goed te leren kennen. En het is duidelijk dat als je elkaar kent, het ook makkelijker samenwerken is.

Waar vooral aan de orde was, is de samenwerking met inwoners/cliënten. Hoe sluit je beter aan bij de leefwereld van inwoners. ,,Het gaat erom de eigen regie en veerkracht van mensen te versterken en daarvoor voorwaarden te creëren” zegt Marja. ,,Als voorwaarden voor gelijke kansen op gezondheid zijn onder andere genoemd: bestaanszekerheid, een gezonde leefomgeving, gezondheidsvaardigheden, kennis (educatie) en laagdrempelige voorzieningen.  Investeren in de ‘community’, in veerkrachtige kernen, dus samenwerking op wijkniveau, dichtbij en samen met de inwoners, vanuit de bestaande voorzieningen (sociaal team, wijkteam, huisarts, eerstelijnszorgverleners, maatschappelijk enz.). In plattelandsgemeenten gaat het om veerkrachtige gebieden.  ‘Whatever the question, community is the answer’. En dat willen we zeker meegeven voor het Regioplan.”